Visie van het GBA over de jaarrekening 2014

Resultaat over 2014

Wat gebeurt er als we privé structureel meer uitgeven dan we ontvangen? Dan moeten we onze spaarcenten aanspreken om rond te komen. Wat gebeurt er als ook deze spaarcenten op zijn? (En mensen mét spaargeld vormt momenteel meer en meer een uitstervend ras). Juist, dan zitten we tot onze nek in de problemen en wordt het ene gat met het andere gevuld. Wat was het resultaat van de gemeente Achtkarspelen over 2014?

Het resultaat uit normale bedrijfsvoering is € 1.517.265 nadelig. Dat wil zeggen dat de uitgaven ruim € 1,5 miljoen hoger zijn geweest dan de inkomsten. Voorwaar geen prestatie om over naar huis te schrijven. Door onttrekkingen aan de diverse reserves (zeker niet hetzelfde als een spaarrekening) ontstaat er een positief resultaat van € 340.415. Hoe lang is dit vol te houden?

Vaste schuld

Afgelopen week kreeg ik nog de vraag of we blij moesten zijn met de cijfers over 2014 of juist niet. Ik heb toen ook als antwoord gegeven dat dit afhankelijk is van de insteek die je kiest. Met welk oog kijk je niet alleen naar de cijfers, maar ook naar het ontstaan hiervan.

Afhankelijk van de presentatie van de cijfers kun je resultaten zowel positief als negatief benaderen. In de jaarstukken is gekozen voor de positieve benadering en wordt vermeld dat de afgelopen 4 jaren de vaste schulden zijn toegenomen met 13 miljoen. En dan lijkt het best mee te vallen: € 3,25 miljoen per jaar. Ik kan het nog positiever benaderen en afzetten tegen het totale bestaan van de gemeente Achtkarspelen van 677 jaar dan is de toename per jaar slechts € 53.471,20. Realiteit is echter dat de schuld alleen al in 2014 is toegenomen met 7 miljoen! ofwel 20% van de totale schuld in één jaar. En dan met name door een overschrijding van de kasgeldlimiet in het eerste kwartaal van € 8,4 miljoen. Is er onderzoek gedaan naar de oorzaak van de overschrijding van het kasgeldlimiet in het eerste kwartaal van 2014 en zijn of worden er adequate maatregelen genomen om dit in de toekomst tegen te gaan?

Rekening houdende met de aflossingen moest er daarom in het eerste kwartaal van 2014 een lening worden afgesloten van € 12 miljoen met jaarlijkse rentelasten van € 324.000. Maar dat is nog niet alles. Per balansdatum is er ook nog een vlottende schuld van bijna € 10 miljoen. We zijn hiermee de FC Twente in gemeenteland. De bomen groeien tot in de hemel, alles kan en bij wisseling van de wacht rollen de lijken uit de kast. Jammer! Geen beschuldigende vinger van mijn kant, maar het is wel de realiteit.

Voorlopig zijn we dus even uit de brand. Maar ook aan de looptijd van deze leningen met gelukkig een laag rentepercentage komt weer een einde. Hiervoor zullen t.z.t. nieuwe leningen moeten worden afgesloten en ook de rente en aflossingen zullen ergens van betaald moeten worden. Hier zadelen we de burgers in de toekomst mee op. Wat is dán de rente en is het dan ook nog op te brengen? Het is derhalve van het grootste belang dat de inkomstenstroom en de uitgavenstroom in balans is. Een pas op de plaats is geboden.

Co-financiering

Het komt steeds vaker voor dat er forse investeringen gedaan kunnen worden als de overheid een gedeelte van de benodigde financiën beschikbaar stelt en wij daar een – even groot – gedeelte bij moeten leggen. Ik zeg bewust kunnen worden gedaan, want de keuze ligt nog altijd bij ons of we dit willen doen of niet. Kortgeleden hebben we nog in een visiebijeenkomst met z’n allen zitten bedenken wat we allemaal kunnen doen met dit soort forse bedragen. De miljoenen vlogen over de tafel en geen berg leek te hoog. Het lijkt mij handig dat we dan eerst de vraag stellen: “Kunnen we ook zonder?” En vraag bij noodzakelijke investeringen subsidies aan. In ons privéleven kopen we toch ook niet alles omdat er 50% korting wordt geboden. We zouden zelf in de kortste keren in de schuldsanering belanden.

Partiële financiering en/of vaststellen van een maximale leencapaciteit

In een recent verleden werden kapitaaluitgaven bij de overheid gefinancierd met specifiek voor die investeringen afgesloten geldleningen. De rente en aflossing van die leningen werd 1 op 1 als kapitaallasten toegerekend aan de betreffende investering. Omdat looptijd van de lening en de levensduur van de investering zo aan elkaar gelijk gemaakt zijn zal bij volledige afschrijving van de investering ook de hiervoor aangetrokken lening volledig zijn afgelost. Wellicht moeten we als gemeente Achtkarspelen ons deze discipline zelf weer opleggen zodat ook bekend is waarvoor leningen zijn afgesloten. Te denken valt hierbij in het bijzonder aan investeringen die onder de noemer cofinanciering zijn gedaan.

In het verlengde hiervan kan ook besloten worden tot het vaststellen van een maximum leencapaciteit, bijvoorbeeld een x % van de waarde van de vaste activa.

Verloop reserves 2010 tot en met 2014

Huidige stand algemene reserve

De vrije algemene reserve daalde van € 3.576.000 naar € 2.411.000 ofwel een afname van circa 33%. Dit is ook nog eens inclusief de toevoeging van het voordelig saldo van 2013 van € 523.786 aan deze reserve. Zonder toevoeging van het resultaat over 2013 daalde de vrije algemene reserve in 2014 met ruim 47%. In dit tempo zal de gemeente tegelijkertijd met het 679-jarige jubileum in 2017 moeten constateren dat de reserves opgebruikt zijn. De vraag is: En dan?

Het weerstandsvermogen

De ratio van het weerstandsvermogen, de reserve die nodig is om bepaalde risico’s op te vangen, eind 2015 bedraagt 1,71 en dit is volgens de daarvoor geldende normen ruim voldoende. In de jaarrekening wordt bij het weerstandsvermogen nog melding gemaakt van een vertekening van het beeld van het vermogen door de zogenoemde stille reserves. Het zou dan gaan om activa waarvan de werkelijke waarde hoger is dan de boekwaarde. In theorie klopt dit uiteraard, maar de waarde van de activa wordt volledig bepaald door de prijs die men bij verkoop zou ontvangen (in gewoon Nederlands: wat de gek er voor geeft). En dat kan niet alleen ook een behoorlijk eind onder de boekwaarde liggen, er is veel activa waar geen mens interesse in heeft en waarvan de werkelijke waarde dus in feite nihil is.

We moeten ons dus vooral niet rijker rekenen dan we zijn.