Vervolg spreekbuis 17 augustus 2016 (Twee gezochte redenen)

Bij de verkiezingen in 2014 schijnt er in de euforie van de uitslagen door iemand van de FNP geroepen te zijn: “Nu zijn we eindelijk de grootste, nu gelukkig geen CDA meer.” Tevens zegt het CDA dat de FNP in 2014 zonder overleg plotseling een coalitie vormde met GBA en PvdA. De werkelijkheid is dat de CU het vertrouwen opzegde in de FNP, waarna de PvdA koos voor een coalitie met FNP en GBA. Twee zaken die het CDA nu ziet als een blokkade op basis van vertrouwen om met de FNP in zee te gaan. Twee “gezochte” redenen, omdat ze beiden niets met vertrouwen te maken hebben. Je schendt het vertrouwen als je bepaalde afspraken niet nakomt en daarvan was hier geen sprake.

De CU zocht twee redenen om een blokkade op te werpen richting GBA, namelijk dat het GBA weinig inspiratie toont richting samenwerking met Tytsjerksteradiel en dat het GBA tegen de komst van vluchtelingen zou zijn. Ook deze twee redenen zijn gezocht. Bij de eerste heeft de CU de PvdA en het GBA door elkaar gehaald. De PvdA wil liefst morgen van de samenwerking af; het GBA juicht deze toe, met name vanwege de grote bezuinigingen die hierdoor al zijn behaald. Voor wat betreft de komst van vluchtelingen heeft het GBA altijd gezegd dat – vóór hier een beslissing over genomen kan worden – de bevolking geraadpleegd moet worden.

Als je dan tóch voor een samenwerking met de PvdA bent, kom er dan eerlijk voor uit en bedenk geen blokkades waardoor je niet samen zou kunnen werken met de anderen.

Zowel het CDA als de CU zijn echter wel gewaarschuwd voor de zeer slechte ervaringen die de FNP en het GBA hebben gehad in de vorige coalitie. De PvdA is een partij waarmee, zoals ze zelf ook zeggen, altijd overleg mogelijk is. Alleen vergeten ze er dan bij te zeggen dat ze niet akkoord gaan als ze zelf geen gelijk krijgen. Ook vinden ze het vrij normaal om vervolgens naar de ene partij met argumenten te komen waarop geen “ja” gezegd kan worden en dan naar een andere partij te gaan met argumenten waarop geen “nee” kan worden gezegd. Zo is in het afgelopen jaar diverse malen geprobeerd om van binnen uit de coalitie uit elkaar te drijven. Kent u het nog van vroeger? “Mam, mag ik geld voor een ijsje, van papa mag het.” En dán heb je het wel over vertrouwen!! Voor het CDA en de CU kennelijk geen enkel probleem om graag met de PvdA in gesprek te willen voor een nieuwe coalitie.

Individueel belang voorop: voor de samenleving een strop!

Hier is geen sprake van democratie, maar van gemanipuleerde democratie. Een partij (de op één na kleinste met een hinderlijk Calimero-syndroom) die willens en wetens de coalitie opblaast waarbij er twee oppositiepartijen zijn die hier graag aan meewerken omdat de wethouderszetels tóch wel heel mooi zijn.

De fractievoorzitter van het CDA heeft diverse keren opgemerkt het idee te hebben dat het “huwelijk” in de coalitie niet een ideale samenlevingsvorm is. Zou het niet zijn opgevallen dat de problemen telkens door één en dezelfde kant werden veroorzaakt? De kant die ze nu graag als partner ziet? Liefde maakt dus inderdaad blind!

Zowel het CDA als de CU hebben vóór de motie op de bezuinigingen in het sociaal domein gestemd, de motie die er de oorzaak van was dat er door de PvdA een motie van wantrouwen werd ingediend tegen alle drie de wethouders.

(Dit op zich is natuurlijk al vreemd, omdat je toch geen mensen gaat straffen voor problemen die een ander veroorzaakt. Zou een weigering van een paard bij een hindernis op het Concours Hippique moeten leiden tot vier strafpunten voor alle deelnemers? Zou een handsbal in het strafschopgebied bij voetballen moeten leiden tot een gele, dan wel rode, kaart voor het hele elftal? Nee toch!)

Bij een coalitie tussen CDA – CU en PvdA heeft de laatste dus direct weer een minderheidsstandpunt en zullen de problemen weer van voren af aan (kunnen) beginnen, tenzij ……… er nu twee partijen zijn die terugkeren op hun schreden en Calimero zijn zin geven. En niets menselijks is ook de fracties vreemd; op 9 juli 2016, dus vijf dagen vóór dat de motie van wantrouwen werd ingediend is er al verkennend overleg geweest tussen de fractievoorzitters van het CDA en de CU met de toen nog in functie zijnde wethouder van de PvdA. De door de PvdA ingediende motie van wantrouwen tegen de drie wethouders is later zelfs in samenwerking en nauw overleg met het CDA en de CU opgesteld (!).

De motie op de bezuinigingen in het sociaal domein is overigens mede door de fractievoorzitter van de CU opgesteld.

Een dag eerder – op 8 juli 2016 – biedt de fractievoorzitter van de CU zich al bij de gemeente aan voor de functie van wethouder; overigens dezelfde dag dat een fractielid van de CU bedankt voor zijn lidmaatschap en deze de fractievoorzitter van het GBA verzoekt om lid te mogen worden van de fractie van het GBA.

Op 10 juli 2016 – jawel op een zondag – aan het begin van de avond bereikte ons – via andere kanalen dan via het college – het bericht dat uit het gemeentefonds over de jaren 2017 tot en met 2020 een voordeel te verwachten is van € 1.064.000, waarvan voor 2017 een bedrag van € 273.000. Met dit bedrag, zo werd vermeld, kon de begroting sluitend worden gemaakt. Ze kunnen mij van alles wijsmaken, maar op zondagmiddag wordt er ook op het Ministerie van Binnenlandse Zaken niet gewerkt en worden er geen berichten met grote voordelen rondgestuurd. Nee, dit was al bekend op 7 juli 2016, de dag dat de kadernota werd behandeld. Had de toen nog in functie zijnde wethouder van financiën hier – gezien de situatie – niet acuut melding van moeten maken? Natuurlijk wel! Het achterhouden van dergelijke informatie is in politieke kringen zelfs aan te merken als een politieke doodzonde. Het is nu ruim een maand later en er is nog steeds geen melding van deze meevaller gemaakt.

In diezelfde weken gonsde het van de geruchten – hoofdzakelijk van organisatorische aard – dat er op diverse fronten bij de gemeente Achtkarspelen problemen waren dan wel dreigden aan te komen. Zo zou de samenwerking van de managers met één van de wethouders ernstige hinder ondervinden. Er was (nog net) geen sprake van dat het vertrouwen in de wethouder was opgezegd, maar de samenwerking ging wel zeer gereserveerd.

Een ander gerucht was dat er een intern financieel onderzoek zou zijn gestart. In de controlecommissie was hierover niets bekend. De voorzitter van deze commissie, tevens fractievoorzitter van het GBA, was dan ook heel benieuwd wat de strekking van een dergelijk onderzoek was, wie de opdrachtgever hiervan was geweest en hoe de exacte opdracht voor het onderzoek luidde.

De hier genoemde geruchten mochten volgens ons geen vertragende of verstorende werking hebben voor wat betreft de coalitiebesprekingen. Voor het GBA redenen genoeg om op 21 juli 2016 een extra vergadering van het presidium (de fractievoorzitters) bijeen te laten roepen. Wat er in deze vergadering is besproken is vertrouwelijk, ook omdat hierin bepaalde personen bij naam zijn genoemd. Alle aanwezige personen in deze bijeenkomst zijn echter wel behoorlijk geschrokken van wat ze toen gehoord hebben!

Rinus Buising (fractievoorzitter)