Max de Haan bereidt zich voor op terugkeer.

Zeer onbevredigend, zo noemt Max de Haan zijn vertrek uit het college van Achtkarspelen deze zomer. De ex-wethouder namens het GBA moest het veld ruimen na een collegecrisis, die leidde tot het ontslag van hemzelf en wethouder Marten van der Veen (FNP). Toch gaat hij niet bij de pakken neerzitten. De Haan is gevraagd om de kar te trekken bij de komende verkiezingen en heeft toegezegd zich weer volledig in te zetten voor de politiek.

“Ik vind nog altijd dat als je als wethouder een motie niet wilt uitvoeren, je zelf de consequenties moet nemen. Hoe het nu gegaan is vind ik niet fair,” steekt De Haan van wal. Het vorige college viel voor de zomer nadat PvdA-wethouder Gerda Postma een motie niet wilde uitvoeren, die opriep tot het korten van 3% op het budget voor het sociaal domein. Dat na nieuwe college-onderhandelingen ‘ineens’ wel een miljoen euro werd gevonden uit de zogenaamde BUIG-gelden – geld voor re-integratie – vindt De Haan gek. “Wij hebben zes weken zitten steggelen. Afdeling financiën was erbij, de fractievoorzitters en zelfs de directeur. Nu zit er een nieuwe coalitie en is het geld er ineens wel. Dat is raar. Wij wisten niks van die BUIG-gelden af,” zegt hij. “Toch wil ik erop wijzen dat de BUIG-gelden incidenteel geld zijn. Daarmee timmer je een begroting voor de komende jaren niet dicht.”

De Haan noemt de val van het college een vooropgezet plan. “In maart of april heeft Gerda al eens gezegd dat ze er schoon genoeg van had. Dat het nu zo gegaan is vind ik een hele vreemde gang van zaken. Mensen die zeggen dat ze geen vertrouwen in de politiek hebben worden door deze acties gesteund. Wie ik ook spreek: iedereen vraagt zich af hoe het kan dat wethouder Postma terugkeert. Had de PvdA een andere wethouder geleverd, dan had ik er geen moeite mee gehad. Met name voor Gerda Postma, die zich politiek zo goed bewust is van de zaak, vind ik dit politiek gezien hoogst incorrect.”

De oud-wethouder erkent dat het in het college al langer niet lekker liep. Bijvoorbeeld rond de discussie over het asielzoekerscentrum. “Marten van der Veen (FNP) was eigenlijk tegen. Wij (GBA) wilden eerst de bevolking raadplegen. Als de bevolking dan zegt dat ze het niet willen, dan is het duidelijk. Hadden ze wel een AZC gewild, dan was het voor ons ook geen probleem geweest. Nadat Gerda een minderheidsstandpunt in het college had ingenomen ging ze naar het CDA en de ChristenUnie voor steun. Wat ik in het college altijd miste was de factor ‘gunnen’. Als Gerda iets wilde, dan moet je het haar willen gunnen, maar die gunfactor was er niet altijd.” Wat De Haan ook stoorde was het oud-zeer, dat tussen CDA en FNP speelde. “Dat blijft als een veenbrand doorbranden, terwijl we daar eigenlijk van af zouden moeten.”

Toch is De Haan na de val van het college niet klaar met de politiek. “Het was een prachtige en leerzame periode in mijn leven. Ik had een ontzettend plezierige samenwerking met de ambtenaren. Echt één van de mooiste periodes uit mijn leven. Laat ik ook heel eerlijk zijn: ik had ook een fractie waar ik ontzettend goed overleg mee kon plegen. De gunfactor bij ons was erg groot.”

De Haan blijft bescheiden over zijn resultaten uit afgelopen periode. “Ik weet niet of ik het verschil kon maken, maar ik ben wel blij met hoe de peuteropvang er nu bij zit. Ook dat het Singelland onder één dak zit vind ik een goede oplossing voor de komende jaren. Verder mocht ik me bezighouden met de reconstructie van verschillende wegen. Bij mij stond een goede communicatie met bewoners, ondernemers en Plaatselijke Belangen voorop. Problemen werden vooraf in beeld gebracht en er was strak geregeld dat er altijd één aanspreekpunt was.” Andere successen noemt De Haan het gratis wegbrengen van afval naar Lutkepost en dat de verlichting weer aan ging op straat.

Inmiddels zit De Haan thuis. Vervelen hoeft hij zich allerminst. “We waren net van plan om een nieuw huis te gaan bouwen, dus daar ben ik voorlopig druk mee. Ook heb ik mij de dag na mijn ontslag weer gemeld bij Noventa. Ik sta weer keurig onder contract als invalleerkracht.” Pensioen is iets waar De Haan nog lang niet aan denkt. “Ik ben 57 en moet nog 10 jaar werken. Over anderhalf jaar zijn de verkiezingen. Nu is de verhouding 11-10 voor de coalitie, maar dat kan straks 11-10 voor de oppositie worden. Mijn partij heeft me gevraagd om bij de volgende verkiezingen de kar te trekken. Ik ben ook weer in de schaduwfractie gegaan. Donderdag zat ik alweer keurig bij de gemeenteraad. Ik heb niet zoveel last van bijsmaken en kan gelukkig goed relativeren. Het spel is nu gespeeld. Je kunt achterom kijken, maar ook vooruit. Wij gaan er gewoon weer voor.”