Alle peuters naar de peuterspeelzaal

Je kunt natuurlijk wachten tot bepaalde problemen ontstaan of zelfs escaleren, maar je kunt ook ingrijpen aan de bron. GemeenteBelangen Achtkarspelen is voorstander van het laatste, de aanpak bij de bron. Hier kunnen problemen effectief worden bestreden en/of worden voorkomen. Eén van de zaken waar wij ons in de komende periode sterk voor willen maken is dat alle peuters de peuterspeelzaal gaan bezoeken. Niet als wettelijke verplichting, de leerplichtige leeftijd is al lang genoeg, maar wel als goede raad aan de ouders van die peuters. Waarom willen we dit?

Uit onderzoek is gebleken dat we in de gemeente Achtkarspelen te maken hebben met 17% (!) van de bevolking die kampt met laaggeletterdheid. Dit niet te verwarren met analfabetisme. Ook dit laatste komt nog (te veel) voor in de gemeente, maar laaggeletterden kunnen wel lezen en schrijven maar hebben hier moeite mee. Ook het invullen van formulieren, zowel op papier als op de computer gaat niet echt goed.

Er zijn ouders die zeggen: “Mijn kind hoeft niet naar de peuterspeelzaal, we hebben hier thuis genoeg speelgoed en een grote tuin met veel speeltoestellen.” En dáár zit hem volgens mij nu juist de kneep. Als je kind hoofdzakelijk alleen speelt zal het speelgoed in die grote zandbak op dezelfde manier worden toegesproken als de ouders de peuters doen. Bovendien zal er een grote achterstand kunnen ontstaan in de sociale vaardigheid met onder andere leeftijdgenoten. Het is belangrijk dat kinderen regelmatig in contact komen met leeftijdgenootjes en niet alleen voor de taal, maar ook om te leren delen, om te leren dat anderen ook wel eens gelijk kunnen hebben, te leren dat zoals het bij jezelf thuis gaat niet de enige manier is waarop je met elkaar kunt omgaan etc.

De vroeg- en voorschoolse opvang (VVE) is hét platvorm waar de kinderen op jonge leeftijd hun taalvaardigheid kunnen krijgen en vergroten om op latere leeftijd niet geconfronteerd te worden met onnodige achterstanden. Tot het zesde levensjaar worden zaken als taal door kinderen opgezogen als een spons. Ze leren spelenderwijs.

Zelf heb ik een nicht die getrouwd is met een Fransman. Hij is diplomaat en ze hebben in een periode van een paar jaren in Cuba, China en Indonesië gewoond. De achternichtjes spraken op achtjarige leeftijd meer talen dan ik ooit zal leren spreken. En terwijl ze op een internationale school zaten hebben ze dat hoofdzakelijk geleerd van hun leeftijdgenootjes in die betreffende landen.

En voor ouders die dat niet kunnen betalen moet de gemeente op wat voor manier dan ook zorgen dat het voor die ouders wél betaalbaar wordt.